Normaliter eet een minerende larve niet alleen recht voor zich uit, maar beweegt de kop ook opzij, zodat een min of meer brede gang ontstaat. Bij sommige soorten is de gang vrij nauw, maar altijd breed genoeg om de groei van de larve op te vangen.

De larve op deze foto is er van meet af aan niet in geslaagd om voldoende ruimte te creëren om zijn kop naar opzij te bewegen. Hij kan alleen recht naar voren eten. Daardoor is hij wel gegroeid, maar de gang is niet verbreed. Om het toenemende lichaamsvolume op te vangen is de larve ongewoon lang en slank geworden, en lijkt daardoor op een Bucculatrix-larve. De geringe grootte van het mijntje versterkt de gelijkenis nog – groter zal het ook niet worden, de larve is ten dode gedoemd.

Bestuderen van de larva maakte duidelijk dat het een Stigmella betrof, en de combinatie van waardplant en larve-kleur geven de definitieve determinatie. Of dit een zeldzaam verschijnsel betreft is moeilijk te zeggen; ik heb het meermalen gezien, maar de mijntjes zijn erg onopvallend door hun geringe grootte.

17605_19

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

29.ix.2007

pub 13.x.2007 · mod 5.ix.2017