Larinus planus (Fabricius, 1792)

Coleoptera, Curculionidae

op Carduus, Carlina, Cirsium

on Carduus, Carlina, Cirsium

gal: een of enkele smnuitkeverlarven leven in de bloembodem van callusweefsel dat als gevolg van hun vreterij wordt gevormd; volgens Redfern & Shirley verhardt de bloembodem ook. Verpopping in de bloembodem.

De aantasting onderscheidt zich uitwendig van die door Urophora solstitialis of terebrans doordat de eieren buitenop de plant, aan de basis van de omwindselbladen, worden afgezet, en met een bruine druppel verdrogend secreet worden bedekt.

gall: one or more weevil larvae live in the receptacle, feeding on calllus tissue that is induced by their activities; according to Redfern & Shirley the receptacle also sclerifies. Pupation in the receptacle.

The infection can be distinguished externally from the galls of Urophora solstitialis or terebrans because the eggs are deposited exernally, at the base of the involucral bracts, and covered with brown drop of drying secretion.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous.

Carduus; Carlina vulgaris; Cirsium arvense, dissectum, oleraceum, palustre.

Vermeldingen van Centaurea jacea en scabiosa moeten nader worden bevestigd.

Records from Centaurea jacea and scabiosa need further confirmation.

opmerkingen: Zie ook Rhinocyllus conicus.

notes: See also Rhinocyllus conicus.

literatuur:

references:

Buhr (1964a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Morris (1982a), Redfern & Shirley (2011a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Roskam (2009a), Tomasi (2014a).

19/01/2017