Contarinia pulchripes (Kieffer, 1890)

Diptera, Cecidomyiidae

op Colutea, Cytisus, Genista

on Colutea, Cytisus, Genista

Cytisus scoparius, Denemarken © Simon Haarder

Contarinia pulchripes: gall on Cytisus scoparius

Cytisus scoparius, Denmark © Simon Haarder

geopende peul met larven; de vijf peervormige larven zijn waarschhijnlijk de carnivore Systasis encyrtoides Walker, 1834 (Hymenoptera, Chalcidoidea, Pteromalidae).

Contarinia pulchripes: opened pod

opened pod with larvae; the five pear-shaped larvae probably are the carnivorous Systasis encyrtoides Walker, 1834 (Hymenoptera, Chalcidoidea, Pteromalidae).

Cytisus scoparius, België, prov. Antwerpen, Mechelse Heide © Carina Van Steenwinkel: vergalde peul

Contarinia pulchripes: galled pod of Cytisisus scoparius

Cytisus scoparius, Belgium, prov. Antwerp, Mechelse Heide © Carina Van Steenwinkel: galled pod

bij verstoring sprongen de larven snel rond en vormden een dichte kluwen

Contarinia pulchripes

upon disturbance the larvae jumped around actively and formed a dense clump

ook hier waren de larven soms vergezeld door cf. Systasis encyrtoides.

Contarinia pulchripes: aggregated larvae

here as well the larvae sometimes were accompanied by cf. Systasis encyrtoides.

larve van cf. Systasis encyrtoides in cocon.

cf. Systasis encyrtoides larva in cocoon

larva of cf. Systasis encyrtoides in cocoon.

gal: Larven in de peulen, die enkele, ca 2 mm grote bulten hebben, meestal in de tweede helft; de peul is aan de binnenzijde niet met schimmel bekleed. Larven gregair, geelwit; ze kunnen springen. Univoltien, overwintering in de bodem.

gall: Larvae in the pods that have some, c. 2 mm large warts, usually in the distal half; the inside of the pod is not lined with mycelium. Larvae gregarious, yellowish white; they can jump. Univoltine, hibernation in the soil.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Colutea; Cytisus scoparius; Genista pilosa.

opmerkingen: Parnell noemt vier soorten bronswespen waarvan de larven optreden als carnivoren in de gallen van C. pulchripes. Van één ervan, Systasis encyrtoides, schrijft hij dat de volgroeide larven in een zijden cocoon overwinteren en in het voorjaar verpoppen. Omdat bij bronswespen cocons maar heel zelden voorkomen is het aannemelijk dat de waargenomen afwijkende larven tot deze soort behoren.

notes: Parnell cites four species of Chalcidoidea of which the larvae occur as carnivores in the galls of C. pulchripes. About one of them, Systasis encyrtoides, he writes that the larva hibernates in a siken cocoon and pupates after the winter. Because in Chalcidoides cocoons are a rare phenomenon, it is probable that this is the species of the non-cecidomyiid larvae in the pods.

opmerkingen: zie voor de parasitoid: Noyes JS, 2015. Universal Chalcidoidea Database.

notes: see for the parasitoid: Noyes JS, 2015. Universal Chalcidoidea Database.

literatuur:

references:

Béguinot (2006b, 2007b), Bruun (2015a), Buhr (1964b, 1965a), Clausen (1940a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gauld & Bolton (1988a), Parnell (1963a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonelle (2015a), Skuhravá & Skuhravý (1999a,b), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a).

26/08/2015