Dasineura harrisoni (Bagnall, 1922)

Diptera, Cecidomyiidae

op Filipendula

on Filipendula

gal: Min of meer bolvormige, kale opzwelling, hetzij van de stengel of bladsteel, dan wel de bladeren. In het laatste geval zijn de gallen kleiner, aan beide zijden van het blad uitpuilend. De gallen treden vaak in groepen op en de afzonderlijke gallen en hun enkelvoudige larvekamers fuseren dan min of meer. Larven in principe solitair, rood; ze verpoppen zich in de gal in een witte papierachtige cocon. Bivoltien.

gall: More or less globular, smooth swellings, either of the stem or petioles, or the leaves. In the latter case the galls are smaller, protruding at both sides of the blade. The galls often are grouped and then the galls and their single larval chamber tend coalesce to a some degree. Larvae in principle solitary, red; they pupate in the gall in a white, papery cocoon. Bivoltine.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Filipendula ulmaria, vulgaris.

opmerkingen: Omdat de bladgallen alleen optreden bij F. hexapetala, en de stengelgallen alleen bij F. ulmaria ligt het voor de hand te vermoeden dat wellicht twee soorten in het spel zijn.

notes: Because the leaf galls occur only on F. hexapetala, and the stem galls only on F. ulmaria the question easily arises if perhaps two species are involved.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gagné (2010a), Haarder, Bruun, Harris & Skuhravá (2016a), Máca (2012a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonelle (2015a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

30/01/2017