Dasineura pseudococcus (Thomas, 1890)

Diptera, Cecidomyiidae

op Salix

on Salix

gal: Larven in het blad-parenchym, in de nerfoksels. Ze zijn gregair, wit tot bleekoranje. Hun aanwezigehid leidt niet to vergalling, wel tot een voortijdige verkleuring van het betreffende deel van het blad. Ze overwinteren nog in het afgevallen blad, verpoppen zich in het voorjaar.

gall: Larve in the parenchyma of the leaf, in the vein axils. They are gregarious, white or pale orange. Their presence does not induce galling, but it does initiate a premature discolouring of the infested part of the leaf. They hibernate still in the fallen leaf, pupate in spring.

waardplanten: Salicaeae, nauw monofaag

hostplants: Salicaceae, narrowly monophagous

Salix aurita, caprea, cinerea.

synoniemen: Rabdophaga pseudococcus.

synonyms: Rabdophaga pseudococcus.

literatuur:

references:

Gagné (2010a), (Nijveld, 1980a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonelle (2015a), Skuhravá & Skuhravý (1997a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a).

02/09/2015