Massalongia betulifolia Harris, 1974

Diptera, Cecidomyiidae

op Betula

on Betula

gal: kleine, vooral aan de onderzijde uitpuilende bladgal, met een spleetvormige opening aan de onderzijde. Larve solitair, wit tot geel-oranje, zonder spatula. Twee generaties. De zomergeneratie maakt tot 3 mm grote blaasjes in de bladschijf. De najaarsgeneratie, vaak in een groen eiland, maakt elliptische galletjes in de zijnerven.

gall: small leaf mines, mainly protruding at the underside, where they have a slit-like opening. Larva solitary, white to yellow-orange, without a sternal spatula. Bivoltine. The summer generation makes lenticular pustules, up tot 3 mm large, in the blade. The autumn generation, often in a green island, makes elliptic galls in the side veins.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagpous

Betula pendula.

literatuur:

references:

Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gagné (2010a), Lambinon, Carbonelle & Claerebout (2015a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam & Carbonelle (2015a), Skuhravá & Skuhravý (2012a).

05/09/2015