Mayetiola phalaris Barnes, 1927

Diptera, Cecidomyiidae

op Phalaris

on Phalaris

Phalaris arundinacea, België, prov. Henegouwen, Chimay, Forge-Jean-Petit © Sébastien Carbonelle

Mayetiola phalaris: puparium in Phalaris arundinacea

Phalaris arundinacea, Belgium, prov. Hainaut, Chimay, Forge-Jean-Petit © Sébastien Carbonelle

puparium

Mayetiola phalaris: puparium in Phalaris arundinacea

puparium

Phalaris arundinacea, Denemarken © Simon Haarder; gal met puparium

Mayetiola phalaris

Phalaris arundinacea, Denmark © Simon Haarder; gall with puparium

gedeeltelijk uitgeprepareerde larve en pop

Mayetiola phalaris

larva, partly dissected out, and pupa

gal Niet ver boven een knoop is de bladschede min of meer sterk opgezwollen. Binnen de bladschede heeft de halm hier een of meer langerekte ovale verdiepingen van de stengel, omgeven door een duidelijk walletje, elk met een witte tot goudgele, 4-5 mm lange larve. De lengtegroei van de scheut is vaak geremd.

De larve wordt beschreven door Ertel (1975a).

gall Not far above a node the leaf sheath is more or less swollen. Within the leaf sheath, in one or more elongated-oval depresssions of the culm, each surrounded by a conspicuous rim, lies a white to golden, 4-5 mm long, larva. The shoot often is stunted.

The larva is described by Ertel (1975a).

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Phalaris arundinacea.

literatuur

references

Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ertel (1975a), Haarder, Bruun, Harris & Skuhravá (2016a), Lehmann & Hannover (2016a), Redfern & Shirley (2011a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a).

17/10/2016