Sitodiplosis mosellana (Géhin, 1857)

Diptera, Cecidomyiidae

op Triticum

on Triticum

gal: Een oranje larve leeft in een aartje dat er normaal uitziet, maar er heeft geen vruchtzetting plaats. Univoltien; verpopping en overwintering in de bodem in een zijden cocon.

Alleen in het eerste en tweede stadium neemt de larve voedsel op. In het derde stadium blijft de larve inactief, binnen de verdroogde larvehuid van het tweede stadium, dat als een voorlopige cocon fungeert. Na kortere of langere tijd verlaat de larve de tijdelijke cocon en laat zich op de grond vallen.

gall: An orange larva lives in a spikelet, that does not show signs of damage, yet the seed remains undeveloped. Univoltine; pupation and hibernation in the soil in a silk cocoon.

Only in the first and second instar the larva does feed. The third-instar larva remains immobile within the dried larval skin of the second instar, that functions as a temporary cocoon. After a shorter or longer time the larva leaves the temporary cocoon and drops to the ground.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligofaag

Hordeum vulgare; Triticum aestivum, turgidum.

opmerkingen: Secundaire plaag in de graanbouw.

De drie larve-stadia worden beschreven door Gagné & Doane.

notes: Secondary cereal pest.

The thre larval instars are described by Gagné & Doane.

literatuur:

references:

Buhr (1965a), Gagné (2010a), Gagné & Doane (1999a), Liatukas, Ruzgas & Šmatas (2009a), Roskam & Carbonelle (2015a), Roy, Langevin, Légaré & Duval (2008a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a, 2004a, 2007a), Simova-Tošić, Skuhravá, Skuhravý & Postolovski (2007a), Skuhravá & Skuhravý (1997a, 1999a, 2009b, 2012a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

12/08/2016