Anthracoidea caryophylleae Kukkonen, 1963

Fungi, Anthracoideaceae

op Carex

on Carex

gal: de inhoud van de urntjes, die uiteindelijk openbarsten, is vervormd tot een hard zwart lichaampje, bestaande uit verkleefde sporen; aanvankelijk is het bekleed met een zilverig vliesje, dat later afbladdert. De sporen zijn 16-24 µm lang.

gall: the contents of the ultimately rupturing utriculi is transformed into a hard, black body consisting of agglutinated spores; initially it is covered by a silvery membrane, that later flakes off. The spores are 16-24 µm long.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagous

Carex caryophyllea, depressa subsp. transsilvanica, ericetorum, liparocarpos, obtusata, supina, umbrosa & subsp. huetiana.

literatuur:

references:

Almaraz (1998a), Hafellner (1980a), Klenke & Scholler (2015a), Lutz & Vánky (2009a), Riegler-Hager (2005a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholz & Scholz (2013a), Vánky (1994a), Vánky & Abbasi (2013a), Zwetko (1993a).

09/11/2016