Anthracoidea intercedens Nannfeldt, 1979

Fungi, Basidiomycota, Ustilaginomycetes, Ustilaginales

op Carex

on Carex

gal: de inhoud van de urntjes, die uiteindelijk openbarsten, is vervormd tot een hard zwart lichaampje, bestaande uit verkleefde sporen; aanvankelijk is het bekleed met een zilverig vliesje, dat later afbladdert; rijpe sori vallen in brokjes uiteen. De sporen zijn 13-23 µm lang; ze dragen tot 1.5 µm lange stekels die vrij dicht bijeen staan en niet gauw afbreken.

gall: the contents of the ultimately rupturing utriculi is transformed into a hard, black body consisting of agglutinated spores; initially it is covered by a silvery membrane, that later flakes off. Ripe sori desintegrate into pieces. The spores are 13-23 µm long, they bear spines, up to 1.5 µm long, that are rather closely placed and don't easily break off.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagous

Carex lasiocarpa, rhynchophysa.

C. lasiocarpa is de belangrijkste waardplant.

C. lasiocarpa is the main host plant.

literatuur:

references:

Klenke & Scholler (2015a), Scholler, Schnittler & Piepenbring (2003a), Vánky (1994a).

07/01/2017