Anthracoidea karii (Liro) Nannfeldt, 1977

Fungi, Anthracoideaceae

op Carex

on Carex

gal: de inhoud van de urntjes, die uiteindelijk openbarsten, is vervormd tot een hard zwart lichaampje van 1-2 mm, bestaande uit verkleefde sporen; aanvankelijk is het bekleed met een zilverig vliesje, dat later afbladdert. De sporen zijn 13-22 µm lang, hun wand is heel fijn wrattig.

gall: the contents of the ultimately rupturing utriculi is transformed into a hard, black body, 1-2 mm in size consisting of agglutinated spores; initially it is covered by a silvery membrane, that later flakes off. The spores are 13-22 µm long, their wall is very finely verruculose.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Carex brunnescens, canescens, davalliana, dioica, disperma, echinata, glareosa, heleonastes, lachenalii, lapponica, loliacea, maritima, parallela, tenuiflora, ursina.

Vooral brunnescens, dioica, echinata, lachenalii, parallela.

Mainly brunnescens, dioica, echinata, lachenalii, parallela.

synoniemen: Cintractia karii Liro, 1934.

synonyms: Cintractia karii Liro, 1934.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Piątek (2005a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholler, Schnittler & Piepenbring (2003a), Vánky (19994a).

07/01/2017