Anthracoidea subinclusa (Körnicke) Brefeld, 1895

Fungi, Anthracoideaceae

op Carex

on Carex

gal: de inhoud van de urntjes, die uiteindelijk openbarsten, is vervormd tot een hard zwart lichaampje, bestaande uit verkleefde dat in brokjes uiteenvalt. De sporen, 15-22 µm lang, zijn bezet met stevige, tot 2 µm lange, aan de top afgeplatte stekels die wijd uiteenstaan en gemakkelijk afbreken.

gall: the contents of the ultimately rupturing utriculi is transformed into a hard, black body consisting of agglutinated spores, that eventually desintegrates into small pieces. The spores, 15-22 µm long, are decorated with stout, up to 2 µm long, apically flattened spines that are widely placed and easily broken.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Carex acutiformis, atherodes, hirta, lasiocarpa, melanostachya, pseudocyperus, ? rhynchophysa, riparia, rostrata, rotundata, saxatilis, vesicaria.

Indicenteel ook distans. C. riparia en vesicaria zijn de belangrijkste waardplanten.

Occasionally also distans. C. riparia and vesicaria are the main host plants.

synoniemen: Cintractia subinclusa (Körnicke) Magnus, 1896.

synonyms: Cintractia subinclusa (Körnicke) Magnus, 1896.

literatuur:

references:

Almaraz (1998a), Buhr (1964b), Chlebicki (2007a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Kummer (2012a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholler, Reinhard & Schubert (1996a), Scholz & Scholz (2013a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2014a), Vánky (19994a).

22/10/2016