Bremia picridis Ito & Tokunaga, 1935

Chromista, Oomycota, Oomycetes, Peronosporales

op Helminthoteca, Picris

on Helminthoteca, Picris

gal: los onderzijdig wittig schimmelvilt, bestaande uit rechtopstaande aan het eind meervoudig vertakte conidioforen. De laatste vertakking eindigt in een opzwelling met vier korte steeltjes, die elk een eivormig conidium dragen. Aangetaste planten kunnen sterk misvormd zijn.

gall: thin whitish hypophyllous fungal down at the underside of the leaf, consisting of erect, apically multiply branched conidiophores. Each ultimate branch ends in a swelling with four short stalks, each one bearing an ovoid conidium. Infected plants may be strongly disfigured

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Helminthotheca ecioides; Picris hieracioides.

synoniemen: Bremia picridis-hieracioidis Savinceva, 1974.

synonyms: Bremia picridis-hieracioidis Savinceva, 1974.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Choi & Thines (2015a), Klenke & Scholler (2015a).

01/11/2016