Ceratorhiza rhizodes (Auerswald) Xu,Harrington, Gleason & Batzer 2010

Fungi, Ceratobasidiaceae

op Poaceae

on Poaceae

gal: tot 5 mm grote, bijna kogelronde bolletjes, aanvankelijk bleek-, later donkerbruin tot zwart, vaak in een rijtje, op verbleekte delen van de halm of een blad; ze zijn massief, de inhoud is wittig.

gall: globules, up to 5 mm, initially pale, ultimately dark brown to black, often several in a row, on paled parts of the stem or a leaf; they are solid, the contents is whitihsh.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophgous

Agrostis stolonifera, tenuis; Alopecurus pratensis; Anthoxanthum odoratum; Brachypodium pinnatum, rupestre, sylvaticum; Bromopsis erecta, inermis; Briza maxima,media, minor; Calamagrostis canescens, epigeios, villosa, varia; Dactylis glomerata; Deschampsia cespitosa; Drymochloa sylvatica; Elymus caninus; Elytrigia repens; Eragrostis multicaulis; Festuca rubra; Glyceria fluitans, maxima; Holcus lanatus, mollis; Leersia oryzoides; Phalaris arundinacea; Phleum pratense; Phragmites communis; Poa angustifolia, chaixii, palustris, pratensis, trivialis; Schedonorus arundinaceus, gignteus, pratensis; Scolochloa marchica. Trisetum flavescens.

synoniemen: Sclerotium rhizodes Auerswald, 1849.

synonyms: >Sclerotium rhizodes Auerswald, 1849.

literatuur:

references:

Klenke & Scholler (2015a), Kummer (2012a).

03/01/2017