Cerotelium fici (Castagne) Arthur, 1917

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales

op Ficus

on Ficus

Ficus carica, uit González-Fragoso (1925a: uredinium (doorsnede)

Cerotelium fici: uredininum

Ficus carica, from González-Fragoso (1925a: uredinium (section)

gal: spermogonia en aecia onbekend. Uredinia onderzijdig, 0.3 mm, vaak zeer talrijk, rood, op een centrale pore na bedekt door de epidermis; rondom de sporen staat een kring van draadvormigr dunwandige, 60-90 µm lange paraphysen die snel verdrogen; urediniospooren met 2-4 kiemporen. Telia ontstaan uit de uredinia, sporen in ketens van 3-7; ze worden maar zelden gevonden.

gall: spermogonia and aecia unknown. Uredinia hypophyllous, 0.3 mm, often very numerous, except by a central opening covered by the epidermis; around the spores a circle of filiform, thin-walled evanescent paraphyses; urediniospoores with 2-4 germination pores. Telia originate from the uredina, spores in chains of 3-7; they are found only rarely.

waardplanten: Moraceae, monofaag

hostplants: Moraceae, monophagous

Ficus carica.

synoniemen: Kuehneola fici Butler, 1914.

synonyms: Kuehneola fici Butler, 1914.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Brandenburger (1985a: 72), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a, 1987a), Gjaerum & Dennis (1976a), González-Fragoso (1925a), Huseyin & Selcuk (2004a), Klenke & Scholler (2015a), Spooner & Butterfill (1999a).

24/04/2017