Chrysomyxa monesis Ziller, 1954

Fungi, Uredinales, Coleosporiaceae

op Picea

on Picea

gal: Spermogonia en aecia op de kegelschubben. De aecia zijn blaasvormig, wit of geel, samenvloeien tot een cm groot; sporen oranje.

gall: Spermogonia and aecia on the cone scales. The aecia are pad-like, white or yellow, coalescing to one cm large; spores orange.

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagous

Picea.

opmerkingen: in Europa nog niet waargenomen of onderkend.

notes: in Europe not yet found, or recognised.


op Moneses

on Moneses

gal: uredinia kegelvormig, vaak grote delen van het blad innemend, geel tot oranje. Urediniosporen in ketens, 13-24 x 19-33 µm, wand kleurloos, grof-wrattig. Telia veel schaarser, onderzijdig, wasachtige oranje tot bloedrode plakkaten. Teliosporen 6-10 x 12-26 µm, in tot 0.4 mm lange ketens.

gall: uredinia conical, often occupying large parts of the leaf, yellow to orange. Urediniospores in chains, 13-24 x 19-33 µm, wall colourless, coarsely verrucose. Telia much rarer, hypophyllous, in orange to blood red waxy pads. Teliosporen 6-10 x 12-26 µm, in up to 0.4 mm long chains.

uredinia, telia: Ericaceae, monofaag

uredinia, telia: Ericaceae, monophagous

Moneses uniflora

synoniemen: ook wel beschouwd als conspecifiek met Ch. pyrolae.

synonyms: sometimes considered conspecific with Ch. pyrolae.

literatuur:

references:

Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a).

23/12/2016