Chrysomyxa pyrolae Rostrup, 1881

Fungi, Uredinales, Coleosporiaceae

op Picea

on Picea

gal: Spermogonia en aecia op de buitenzijde van de kegelschubben. De aecia zijn blaasvormig, wit of geel, samenvloeien tot een cm groot; sporen oranje.

gall: Spermogonia and aecia on outside of the cone scales. The aecia are pad-like, white or yellow, coalescing to one cm large; spores orange.

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagous

Picea abies, canadensis, engelmannii, glauca, mariana, obovoata, pungens, rubens.


op Pyrola

on Pyrola

gal: uredinia op de onderzijde van het blad, vaak het hele blad innemend, geel tot oranje. Urediniosporen in ketens, 21-28 x 18-21 µm, wand kleurloos, opvallend dicht-wrattig. Telia veel schaarser, onderzijdig, wasachtige oranje tot bloedrode plakkaten. Teliosporen 14-26 x 7-10 µm, in lange ketens.

gall: uredinia hypophyllous, often occupying the entire leaf, yellow to orange. Urediniospores in chains, 21-28 x 18-21 µm, wall colourless, conspicuously warty. Telia much rarer, hypophyllous, in orange to blood red waxy pads. Teliosporen 14-26 x 7-10 µm, in long chains.

uredinia, telia: Ericaceae, nauw oligofaag

uredinia, telia: Ericaceae, narrowly oligophagous

Orthilia secunda; Pyrola asarifolia subsp. americana, chlorantha, elliptica, media, minor, rotundifolia.

synoniemen: Chrysomyxa pirolata (Körnicke) Winter, 1884.

synonyms: Chrysomyxa pirolata (Körnicke_ Winter, 1884.

literatuur:

references:

Buhr (1965a), Feau, Vialle, Allaire, Maier & Hamelin (2011a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a), Klenke & Scholler (2015a), Nierhaus-Wunderwald (2000a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

10/01/2017