Coleosporium euphrasiae (Schumacher) Winter, 1881

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales, Coleosporiaceae

op Pinus

on Pinus

gal: zie beschrijving bij Coleosporium tussilaginis sensu lato

gall: see description under Coleosporium tussilaginis sensu lato

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagpous

Pinus mugo, nigra, sylvestris.


op Orobanchaceae

on Orobanchaceae

Odontites verna, België, prov. Luik, Coteau de Vivegnis © Jean-Yves Baugnée; det. Arthur Vanderweyen

Coleosporium euphrasiae

Odontites verna, Belgium, prov. Liège, Coteau de Vivegnis © Jean-Yves Baugnée; det. Arthur Vanderweyen

onderzijde van de bladeren met telia

Coleosporium euphrasiae

underside of the leaves with telia

gal: de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto's zie onder meer C. melampyri en C. tussilaginis.

gall: the teliospsores are arragned like basalt columns, on top covered by a layer of a waxy substance. Initially they are one-celled, but in the end meiosis takes place, resulting in a chain of four hapoid cells. Each one germinates under formation of a sterigma, on top of which eventually a spore will be formed (Mims & Richardson).

The uredinia and telia of Coleosporium species morphologically are indistinguishable. For pictures see for instance C. melampyri and C. tussilaginis

uredinia, telia: Orobanchaceae, oligofaag

uredinia, telia: Orobanchaceae, oligophagous

Bartsia alpina; Bellardia trixago; Euphrasia alpina, arctica, hirtella, kerneri, liburnica, micrantha, minima, nemorosa, officinalis, pectinata, rostkoviana & subsp. fennica, picta, salisburgensis, stricta, tricuspidata; Odontites broussei, litoralis, luteus, vulgaris; Parentucellia atifolia, viscosa; Pedicularis palustris; Rhinanthus alectorolophus, alpinus, angustifolius & subsp. apterus, glacialis, minor, rumelicus.

synoniemen: Coleosporium rhinantacearunn Léveillé, 1847; C. tussilaginis f. sp. rhinanthacearum Boerema & Verhoeven, 1972.

synonyms: Coleosporium rhinantacearunn Léveillé, 1847; C. tussilaginis f. sp. rhinanthacearum Boerema & Verhoeven, 1972.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Brandenburger (1972a, 1985a: 24), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2013), Henderson (2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014), Losa España (1942a), Mims & Richardson (2005a), Negrean (1997a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

25/04/2017