Coleosporium pulsatillae (Strauss) Fries, 1849

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales, Coleosporiaceae

op Pinus

on Pinus

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagous

Pinus mugo.


op Pulsatilla

on Pulsatilla

gal: de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto's zie onder meer C. melampyri en C. tussilaginis.

gall: the teliospsores are arragned like basalt columns, on top covered by a layer of a waxy substance. Initially they are one-celled, but in the end meiosis takes place, resulting in a chain of four hapoid cells. Each one germinates under formation of a sterigma, on top of which eventually a spore will be formed (Mims & Richardson).

The uredinia and telia of Coleosporium species morphologically are indistinguishable. For pictures see for instance C. melampyri and C. tussilaginis

uredinia, telia: Ranunculaceae, nauw oligofaag

uredinia, telia: Ranunculaceae, narrowly oligophagous

Anemone alpina, halleri, montana, patens, pratensis, pulsatilla, slavica, styriaca; Pulsatilla ambigua, bungeana, grandis, ?oenipontana, patens, pratensis subsp. nigricans, regeliana, vernalis, violacea, vulgaris.

synoniemen: Coleosporium tussilaginis f.sp. pulsatillae Boerema & Verhoeven, 1972.

synonyms: Coleosporium tussilaginis f.sp. pulsatillae Boerema & Verhoeven, 1972.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Brandenburger (1985a: 24), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2013), Henderson (2004a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014), Mims & Richardson (2005a), Poelt & Zwetko (1997a).

25/04/2017