Dicheirinia maderensis Gjaerum, 1982

Fungi, Uredinales, Raveneliaceae

op Genista

on Genista

gal: alleen uredinia en telia (bekend?). Uredinia beiderzijdig, donkerbruin, zonder paraphysen; urediniosporen kort-elliptisch, bruin, fijn-bestekeld, met 3(4) equatoriale sporen. Telia beiderzijdig, bruinzwart, spoedig naakt, poederig, zonder paraphysen. Teliosporen eencellig, (donker) bruin, verspreid wrattig, twee bijeen op een gemeenschappelijke hyaliene, ≥ 45 µm lange steel. De eencellige steel heeft bovenaan twee kleine hyaliene celletjes die elk een van de twee sporen dragen.

gall: only uredinia and telia (known?). Uredinia amphigenous, dark brown, without paraphyses; urediniospores short-elliptic, brown, echinulate, with 3(4) equatorial spores. Telia amphigenous, brownish black, soon naked, pulverulent, without paraphyses. Teliospores one-celled, oval, (dark) brown, remotely verrose, two together on a common, hyaline, ≥ 45 µm long pedicel. The one-celled pedicel apically bears two small hyaline cells, each on supporting one of the two spores.

waardplanten: Fabaceae, nauw monofaag

hostplants: Fabaceae, narrowly monophagous

Genista maderensis (=Telina m.).

opmerkingen: voor het genus Dicheirinia zie de Carvalho jr & Hennen.

notes: for the genus Dicheirinia see de Carvalho jr & Hennen.

literatuur:

references:

de Carvalhi jr & Hennen (2008a), Gjaerum (1982a).

18/11/2016