Dilophospora alopecuri (Fries) Fries, 1849

Fungi, Ascomycota, Dothideomycetes, Dothideales

op grassen

on grasses

Holcus lanatus, België, prov. Antwerpen, Geel, Neerhelst © Carina Van Steenwinkel

Dilophospora alopecuri on Holcus lanatus

Holcus lanatus, België, prov. Antwerpen, Geel, Neerhelst © Carina Van Steenwinkel

de groei van de plant is geremd en verstoord

Dilophospora alopecuri on Holcus lanatus

the development is the plant is retarded and disturbed

zwarte stromata met pycnidie

Dilophospora alopecuri on Holcus lanatus

black stromata eith pycnidia

conidium

Dilophospora alopecuri: conidium

conidium

ontwikkeling van de conidia vanuit een huidmondje (uit Rainio, 1936a)

Dilophospora alopecuri: developing conidia

developmnt of the conidia from a stoma (from Rainio, 1936a)

gal: Aangetaste planten zijn vaak ernsrig verkommerd.

gall: Infected plants often are severely disturbed in their development.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophagous

Agrostis; Alopecurus; Arrhenatherum; Calamagrostis; Dactylis; Holcus; Phalaris; Poa; Trisetum; Triticum.

synoniemen: Dilophia graminis (Fuckel) Saccardo,1993; Lidophia graminis (Saccardo) Walker & Sutton, 1974. Beide zijn namen van de veronderstelde telomorf.

synonyms: Dilophia graminis (Fuckel) Saccardo,1993; Lidophia graminis (Saccardo) Walker & Sutton, 1974. Both are names of the supposed telomorph.

opmerkingen: Dilophospora alopecuri leeft op allerlei grassen, ook voedselgranen. De soort vespreidt zich middels conidia, en kan planten rechtstreeks infecteren. Dit leidt tot locale infecties in de vorm van bladvlekken. De conidia hebben aan hun voor- en achtereind gespecialiasseere strucruren waarmee ze zich kunnen vasthechten in fijne groeven in de epidermis van nematoden van de geslachten Anguina en Subanguina zoals Anguina graminis en Subanguina graminophila. Deze nematoden leven parasitair in grassen en veroorzaken kenmerkende groeistoornissen. Alleen conidia die aan nematoden zijn vastgehecht zijn in staat binnen te dringen in het groeiende weefsel, waarna eem systemisch mycelium kan onstaan, dat ook de zich ontwikkelende zaden kan infecteren, en langs deze weg worden verspreid. Eenmaal systemisch heeft de schimmel een sterk negatief effect op de nematoden.

In sommige subtropische gebieden brengen de nematoden ook een bacterie over, Clavibacter toxicus. Sommige grassen, m.n. Lolium rigidum, kunnen hierdoor zo giftig worden dat massaal veesterfte optreedt. Om die reden werd L. rigidum intensief bestreden, maar regenwoordig wordt het probleem benaderd door spuiten met een emulsie van D. alopecuri-conidia.

notes: Dilophospora alopecuri lives on a wide range of grasses, including cereals. The species is distributed by conidia, and is able to infect plants directly, wich leads to localized infections in the form of leaf spots. The conidia have at both ends specialised structures that enable them to attach to fine grooves in the epidermis of nematodes of the genera Anguina and Subanguina, like Anguina graminis en Subanguina graminophila. These nematodes live endobiotically in grasses, causing characteristic growth disturbances. Only conidia adhering to these nematodes can penetrate the growing tissue and develop into systemic mycelum. The myceliun can enter the developing seeds, leading to vertical transmission. Once ssystemic, the mycelium has a strongly deleterious effect on the nematodes.

In some subtropical regions the nematodes also carry a poisonous bacterium, viz., Clavibacter toxicus. Some grasses, in particular Lolium rigidum, can become toxic to such an extent that massive cattle mortality may result. For this reason the particular grass was rigourously controlled, but presently the problem is handled by spraying an emulsion of D. alopecuri conidia.

literatuur:

references:

Asad, Sultan, Iftikhar, Munir, Ahmad & Ayub (2007a), Bird & McKay (1987a), Brandenburger (1975a: 798), Buhr (1964b), Ellis & Ellis (1997), Mäkelä & Koponen (1975a), Norton, Cody & Gabel (1987a), Rainio (1936a), Riley & McKaay (1990a).

09/01/2017