Doassansiopsis hydrophila (Dietrich) Lavrov, 1937

Fungi, Doassansiopsidaceae

op Potamogeton

on Potamogeton

gal: eerst bleke, leter bruine bladvlekken die het hele blad kunnen vullen. Aan de onderzijde zijn als minitieuze bruine stipjes de sporenballen te zien die in het weefsel liggen ingebed. Ze zijn tot 250 µm lang, en bestaan uit een kern van ± parenchymateus weefsel, daaromheen een enkele continue laag van sporen, daarboven nog een dunne laag van schors-cellen. De sporenballen komen vrij wanneer het blad verrot.

gall: at first pale, finally brown leaf spots that may occupy the entire leaf. At the underside the spore balls, embedded in the tissue, can be seen as minute spots. They are up to 250 µm long and consist of a ± parenchymatous kernel, covered by a single continuous layer of spores and a thin layer of cortical cells. The spore balls are released when the leaf disintegrates.

waardplanten: Potamogetonaceae, monofaag

hostplants: Potamogetonaceae, monophagous

Potamogeton alpinus, coloratus, gramineus, lucens, natans, nodosus, ? perfoliatus, polygonifolius.

synoniemen: Doassansia martianoffiana (Thümen) Dietel, 1897.

synonyms: Doassansia martianoffiana (Thümen) Dietel, 1897.

literatuur:

references:

Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Klenke & Scholler (2015a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholz & Scholz (2013a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2014a), Vánky (1994a).

27/12/2016