Erysiphe asclepiadis Kummer & Braun, 2009

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Asclepias

on Asclepias

gal: mycelium, bovenzijdig. Appressoria tepelvormig of min of meer sterk gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 4-6 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels talrijk, sub-equatoriaal en equatoriaal, 0.5-3.5 x de diameter; ze zijn gesepteerd, onvertakt, nabij de basis ± bruin, en hebben een ruw oppervlak.

gall: mycelium epiphyllous. Appressoria nipple-shaped or more or less strongly lobed, single or paired. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 4-6 asci, that contain 3-5 spores. Appendages numerous, sub-equatorial and equatorial, 0.5-3.5 x the diameter; they are septate, unbranched, basally ± brown, and have a rough surface.

waardplanten: Apocynaceae, monofaag

hostplants: Apocynaceae, monophagous

Asclepias incarnata, syriaca, tuberosa.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (1995a).

11/12/2016