Erysiphe astragali de Candolle, 1815

Fungi, Erysiphaceae

op Astragalus

on Astragalus

gal: mycelium, beiderzijdig. Appressoria gelobd. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 5-14 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 5-25, equatoriaal of iets daarboven, 2-12 x de diameter; ze zijn draadvormig, niet gesepteerd of met 1-3 septen nabij de basis; vaak wijzen ze alle min of meer in dezelfde richting; de uiteinden zijn simpel, some met een enkele ± dichtome vertakking.

gall: mycelium amphigenous. Appressoria lobed. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 5-14 asci, that contain 3-5 spores. Appendages 5-25, equatorial or a bit above, 2-12 x the diameter; they are thread-like, not septate or with 1-3 septs near the base; often they all point more or less in the same direction; the tips are simple, sometimes with a ± dichotomous branching.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Astragalus albicaulis, arenarius, asper, cicer, cornutus, danicus, dasyanthus, depressus, exscapus subsp. pubiflorus, galegiformis, glycyphyllos, hamosus, onobrychis, puberulus, sempervirens & subsp. nevadensis, varius.

synoniemen: Microsphaera astragali (de Candolle) Trevisan de Saint-Leon, 1853.

synonyms: >Microsphaera astragali (de Candolle) Trevisan de Saint-Leon, 1853.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (1995a), Korytnianska & Popova (2012a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Mayor (1973a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Tóth (1994a).

23/02/2017