Erysiphe australiana (McAlpine) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Lagerstroemia

on Lagerstroemia

gal: mycelium beiderzijdig, ook op de takken en in de bloeiwijze, soms blijvend, wit, later vaak geelbruin of grijs. Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, meestal enkel. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia, met 3-6 asci, die 5-8 sporen bevatten. Twee typen aanhangsels. Het eerste type bestaat uit 10-25 equatoriale aanhangsels, 1-2 x de diameter die tamelijk stijf uitstaan en eindigen in een ingekruld haakje. Daarnaast staan er 10-25 korte, borstelvormige aanhangsels op het deel boven de equator.

gall: mycelium amphigenous, also on the branches and in the inflorescence, may be persistent, white, later turning ochre or greyish. Appressoria lobed or multilobed, generally single. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-6 asci, that contain 5-8 spores. Two types of appendages. The first type consists of 10-25 equatorial appendages, 1-2 x the diameter, extending rather stiffly, terminated in a circinate hook. Next, there are 10-25 short, bristle-like appendages standing on the above the equator.

waardplanten: Lythraceae, monofaag

hostplants: Lythraceae, monophagous

Lagerstroemia indica.

synoniemen: Uncinuliella australiana (McAlpine) Zheng & Chen, 1982.

synonyms: Uncinuliella australiana (McAlpine) Zheng & Chen, 1982.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

27/11/2015