Erysiphe baeumleri (Magnus) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Vicia

on Vicia

gal: mycelium, beiderzijdig, wit. Appressoria gelobd, meestal enkel. Conidia solitair gevormd, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor gewoonlijk recht, 15-35 µm. Cleistothecia 80-130 µm met 4-12 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 6-22, equatoriaal, 3-6 x de diameter; ze zijn niet mycelioid, slap, onvertakt, hyalien of alleen nabij de basis bruin, ongesepteerd of met 1-2 septen nabij de basis; meeste uiteinden onvertakt, enkele enige malen rommelig vertakt.

gall: mycelium amphigenous, white. Appressoria lobed, mostly solitary. Conidia formed solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot cell of the conidiophore generally straight, 15-35 µm. Cleistothecia 80-130 µm with 4-12 asci, that contain 3-5 spores. Appendages 6-22, equatorial, 3-6 x the diameter; they are not mycelioid, flaccid, unbranched, hyaline or brown only near the base, aseptate or with 1-2 basal septa; most apices unbranched, a minority with the apices one or more times untidily branched.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Vicia cassubica, cracca, dumetorum, hirsuta, sativa & subsp. nigra, sepium, sylvatica, tetrasperma, villosa.

synoniemen: Microsphaera baeumleri Magnus, 1899.

synonyms: Microsphaera baeumleri Magnus, 1899.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Hafellner (1980a), Klenke & Scholler (1995a), Ludwig(1974a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Tóth (1994a).

19/04/2017