Erysiphe begoniicola Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Begonia

on Begonia

gal: mycelium, beiderzijdig, ook op stengels en in de bloeiwijze. Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, meestal enkel. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 6-10 asci, die 5-8 sporen bevatten. Aanhangels 10-20, equatoriaal, 1-1.5 x de diameter; ze zijn ze zijn vrij stijf, gesepteerd, meestal ruw, aan de basis bruin, aan het uiteinde 4-6 x kort achtereen dichotoom vertakt.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems and in the inflorescence. Appressoria lobed or multilobed, mostly single. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 6-10 asci, that contain 5-8 spores. Appendages 10-20, equatorial, 1-1.5 x the diameter; they are rather stiff, septate, mostly rough, brown near the base, at the tip 4-6 x times in quick succession dichotomously branched.

waardplanten: Begoniaceae, monofaag

hostplants: Begoniaceae, monophagous

Begonia x hortensis, x tuberhybrida.

synoniemen: Microsphaera begoniae Sivanesan, 1971.

synonyms: Microsphaera begoniae Sivanesan, 1971.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Klenke & Scholler (1995a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a), Negrean & Anastasiu (2006a), Piątek (2004a).

19/04/2017