Erysiphe catalpae Simonyan, 1984

Fungi, Erysiphaceae

op Catalpa

on Catalpa

gal: mycelium beiderzijdig, blijvend, in ± ronde vlekken, later het hele blad bedekkend. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor gewoonlijk recht. Cleistothecia zelden gevormd, met 3-8 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 4-19, sub-equatoriaal, 0.5-2 x de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, bruin, soms onregelmatig vertakt.

gall: mycelium amphigenous, persistent, in subcircular patches, ultimately covering the entire leaf. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore generally straight. Cleistothecia rarely formed, with 3-8 asci, that contain 3-5 spores. Appendages 4-19, sub-equatorial, 0.5-2 x the diameter; they are mycelioid, septate, brown, sometimes irregularly branched.

waardplanten: Bignoniaceeae, monofaag

hostplants: Bignoniaceeae, monophagous

Catalpa bignonioides, japonica, ovata, speciosa.

literatuur:

references:

Ale-Agha, Bolay, Braun, Feige, Jage, Kummer, Lebeda, Piątek, Shin & Zimmermannová-Pastirčaková (2004a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Henricot (2009a), Klenke & Scholler (2015a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a), Negrean & Anastasiu (2006a).

08/09/2016