Erysiphe caulicola (Petrak) Braun, 1982

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Astragalus

on Astragalus

gal: mycelium vooral op de stengels, dun. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 5-15 asci, die 4-7 sporen bevatten. Aanhangels talrijk, sub-equatoriaal en equatoriaal, 0.5 - 3 x de diameter; ze zijn onduidelijk of niet gesepteerd, weinig vertakt, en hebben vaak een ruw oppervlak.

gall: mycelium mainly on the stems, thin. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 5-15 asci, that contain 4-7 spores. Appendages numerous, sub-equatorial and equatorial, 0.5 - 3 x the diameter; they are indistinctly or not septate, litte branched, and often have a rough surface.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Astragalus glycyphyllos, pseudoglaucus, varius.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (1995a), Negrean & Denchev (2004a).

01/11/2015