Erysiphe celtidis (Shvartsman & Kusnezowa) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Celtis

on Celtis

gal: mycelium, beiderzijdig, dun. Appressoria meervoudig gelobd. Conidia solitair gevormd, kort-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 2-6 asci, die 5-7 sporen bevatten. Aanhangels 8-20, equatoriaal, 1.5-2 x de diameter; ze staan horizontaal ± zwak gebogen uit, zijn hyalien, meestal ongesepteerd, vooral in de basale helft duidelijk wrattig; top haakvormig ingerold.

gall: mycelium amphigenous, thin. Appressoria multilobed. Conidia formed solitary, short-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 2-6 asci, that contain 5-7 spores. Appendage 8-20, equatorial, 1.5-2 x the diameter; they extend weakly curved, are hyaline, mostly aseptate, especially in the lower half distinctly verrucose. Apices uncinate-circinate.

waardplanten: Cannabaceae, monofaag

hostplants: Canabaceae, monophagous

Celtis australis & subsp. caucasica.

synoniemen: Uncinula celtidis Shvartsman & Kusnezowa, 1961.

synonyms: Uncinula celtidis Shvartsman & Kusnezowa, 1961.

opmerkingen: door Negrean & Anastasiu gemeld uit Roemenië van Celtis sp.

notes: recorded by Negrean & Anastasiu form Romania on Celtis sp.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Negrean & Anastasiu (2006a)

21/01/2016