Erysiphe circaeae Junell, 1967

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Circaea

on Circaea

Circaea spec., België, prov. Limburg, Bilzen, Munsterbos © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe circaeae on Circaea spec.

Circaea spec., Belgium, prov. Limburg, Bilzen, Munsterbos © Carina Van Steenwinkel

cleistothecium met aanhangsels

Erysiphe circaeae: appendages

cleistothecium with appendages

cleistothecium en asci

Erysiphe circaeae: cleistothecium

cleistothecium and asci

gal: mycelium, beiderzijdig, vaak ± blijvend. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-5 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels weinig talrijk, sub-equatoriaal, 0.5-3 x de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, bruin, soms onregelmatig vertakt.

gall: mycelium amphigenous, often ± persistent. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-5 asci, that contain 3-5 spores. Appendages not numerous, sub-equatorial, 0.5-3 x the diameter; they are mycelioid, septate, brown, sometimes irregularly branched.

waardplanten: Onagraceae, monofaag

hostplants: Onagraceae, monophagous

Circaea alpina, x intermedia, lutetiana.

Een vermelding van Oenothera biennis door Dynowska ea heeft wel zeker betrekking op Erysiphe howeana.

A citation of Oenothera biennis by Dynowska ao must refer to Erysiphe howeana.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a); Scholler, Reinhard & Schubert (1996a).

19/04/2017