Erysiphe deutziae (Bunkina) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Deutzia

on Deutzia

gal: mycelium beiderzijdig, vrij dun en onopvallend, wittig. Appressoria gelobd, meestal gepaard. Conidia solitair, zonder fibrosine-lichaampjes, elliptisch. Basale cel van de conidiofoor meestal recht. Cleistothecia met 2-6 asci, die 4-8 sporen bevatten. Aanhangsels 4-16, equatorial, 1-3 x de diameter; vooral de kortere ± stijf, met 0-3 septen, alleen aan de basis bruin, aan de top meermalen snel opeen gegaffeld.

gall: mycelium amphigous, rather thin and inconspicuous, whitish. Appressoria lobed, mostly paired. Conidia solitary, without fibrosin bodies, elliptic. Foot-cell of conidiophore mostly straight. Cleistothecia with 2-6 asci, containing 4-8 spores. Appendages 4-16, equatorial, 1-3 the diameter; especially the shorter ones stiff, 0-3 septate, brown only near the base; apically several times bifurcating in quick sucession.

waardplanten: Hydrangeaceae, oligofaag

hostplants: Hydrangeaceae, oligophagous

Deutzia gracilis, x magnifica, parviflora, scabra; Philadelphus coronarius.

opmerkingen: Van oorsprong een Oostaziatische soort die zich in Europa sterk aan het uitbreiden is.

notes: Originally a species of East Asia, currently strongly expanding in Europe.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Bolay, Braun, Delhey, Kummer, Piątek & Wołczańska (2005a), Braun & Cook (2012a), Henricot (2009a), Klenke & Scholler (2015a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a).

11/12/2016