Erysiphe diffusa (Cooke & Peck) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Glycyrhiza

on Glycyrhiza

gal: mycelium beiderzijdig, dun, verspreid. Appressoria ± gelobd. Conidia solitair, zonder fibrosine-lichaampjes, elliptisch. Basale cel van de conidiofoor cylindrisch. Cleistothecia met 4-10 asci, die 3-6 sporen bevatten. Aanhangsels 7-20, equatorial, meestal 1.5-2.5 x de diameter; ze zijn stijf, met 0-3 septen, aan de top meermalen snel opeen gegaffeld.

gall: mycelium amphigous, thin, effuse. Appressoria ± lobed. Conidia solitary, without fibrosin bodies, elliptic. Foot-cell of conidiophore cylindric. Cleistothecia with 4-10 asci, containing 3-6 spores. Appendages 7-30, equatorial, most of them 1.5-2.5 the diameter; they are stiff, 0-3 septate; apically several times bifurcating in quick sucession.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Glycyrhiza echinata.

Braun & Cook (2012a) noemen uit Noord-Amerika en Azië een groot aantal andere Fabaceae-soorten,die deels ook voorkomen in Europa.

Braun & Cook (2012a) list from North America and Asia a large number of other Fabaceae species, including several that also occur in Europe.

opmerkingen: door Negrean & Anastasiu (2006a) gemeld uit Roemenië.

notes: reported from Romania by Negrean & Anastasiu (2006a).

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), McTaggart, Ryley & Shivas (2012a), Negrean & Anastasiu (2006a).

23/11/2015