Erysiphe elevata (Burrill) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Catalpa

on Catalpa

gal: mycelium beiderzijdig, maar vooral bovenzijdig, ± blijvend, in vlekken. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor gewoonlijk gebogen. Cleistothecia vaak aanwezig, bovenzijdig, met 4-8 asci, die 4-5 sporen bevatten. Aanhangels 4-14, equatoriaal, 1-6 x de diameter; ze zijn mycelioid, met hooguit 1, basale, sept, grotendeels hyalien, slap; onvertakt, maar uiteinde met enkele korte dichotoom vertakte zijtakjes.

gall: mycelium amphigenous, butbet developed at the upper side, ± persistent, in patches Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore generally curved. Cleistothecia often formed, mostly epiphyllous, with 4-8 asci, that contain 4-5 spores. Appendages 4-15, equatorial, 1-6 x the diameter; they are mycelioid, with maximally 1, basal, septum, mostly hyaline, flaccid; unbranched, but the very tip with a few short dichotomous branches.

waardplanten: Bignoniaceeae, monofaag

hostplants: Bignoniaceeae, monophagous

Catalpa bignonioides, x erubescens, ovata, speciosa.

literatuur:

references:

Ale-Agha, Bolay, Braun, Feige, Jage, Kummer, Lebeda, Piątek, Shin & Zimmermannová-Pastirčaková (2004a), Bacigálová & Marková (2006a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Henricot (2009a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a).

19/04/2017