Erysiphe friesei (Léveillé) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Rhamnus

on Rhamnus

gal: mycelium, beiderzijdig, dun. Appressoria gelobd, gewoonlijk solitair. Conidia solitair gevormd, kort-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-8 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 5-12, equatoriaal, 1-2 x de diameter; ze staan horizontaal ± recht uit, zijn hooguit aan de basis bruin, hebben 0-1 septen; top 3-5 x snel opeen dichotoom vertakt.

gall: mycelium amphigenous, thin. Appressoria lobed, generally solitary. Conidia formed solitary, short-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-8 asci, that contain 3-5 spores. Appendage 5-12, equatorial, 1-2 x the diameter; they extend horizontally and straightly, are hyaline or brown at the base only, 0-1 septate. Apices 3-5 times dichotomously forked in quick succession.

waardplanten: Rhamnaceae, monofaag

hostplants: Rhamnaceae, monophagous

Rhamnus cathartica, cf canariensis, saxatilis.

synoniemen: Microsphaera friesei Léveillé, 1851.

synonyms: Microsphaera friesei Léveillé, 1851.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Czerniawska (2001a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Klenke & Scholler (1995a), Kruse (2014a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Talgø, Sundheim, Gjærum, Herrero, Suthaparan, Topp & Stensvand (2010a).

06/01/2017