Erysiphe geraniacearum Braun & Simonyan, 1984

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Erodium, Geranium

on Erodium, Geranium

gal: mycelium beiderzijdig, dun. Appressoria gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Conidiofoor bestaande uit een langerekte basale cel gevolgd door 1 of 2 kortere cellen. Cleistothecia, zelden gevormd, met 3-6 asci, die 3-7 sporen bevatten. Aanhangels 7-25, sub-equatoriaal, 0.5-2.5 x de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, onvertakt, de onderste helft is bruin.

gall: mycelium amphigenous, thin. Appressoria lobed, single or paired. Conidia solitary, long-elliptic, without fibrosin bodies. Conidiophore made up of an elongated foot cell and 1 or 2 shorter cells. Cleistothecia, rarely formed, with 3-6 asci, that contain 3-7 spores. Appendages 7-25, sub-equatorial, 0.5-2.5 x the diameter; they are mycelioid, septate, simple; the lower half is brown.

waardplanten: Geraniaceae, oligofaag

hostplants: Geraniaceae, oligophagous

Erodium cicutarium; Geranium albiflorum, dissectum, maculatum, molle, palustre, phaeum, pratense, pusillum, pyrenaicum, robertianum, rotundifolium, sanguineum, sibiricum, sylvaticum, tuberosum, wilfordii.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

21/11/2015