Erysiphe guarinonii (Briosi & Cavara) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Cytisus, Laburnum

on Cytisus, Laburnum

gal: mycelium beiderzijdig, verspreid, blijvend. Appressoria gelobd, enkel. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor recht of bochtig. Cleistothecia met 5-10 asci, die 4-6 sporen bevatten. Aanhangsels 4-20, ingeplant op de equator of iets daarboven, 6-12 x de diameter; ze zijn hyalien, ongesepteerd, bochtig; onvertakt maar het uiterste einde is 3-4 maal snel achtereen dichotoom vertakt.

gall: mycelium amphigenous, effuse, persistent. Appressoria lobed, single. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore straight or curved-sinuous. Cleistothecia with 5-10 asci, containing 4-6 spores. Appendages 4-20, inserted on the equator or somewhat above, 6-12 x the diameter; they are hyaline, aseptate, flexuous; unbranched but the very tip is 3 - 4 x dichotomously bifurcated in quick succession.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Cytisus hirsutus, nigricans, purpureus; Laburnum alpinum, anagyroides.

synoniemen: Microsphaera guarinonii Briosi & Cavara, 1892.

synonyms: >Microsphaera guarinonii Briosi & Cavara, 1892.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

27/01/2017