Erysiphe kenjiana (Homma) Braun & Takamitsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Ulmus

on Ulmus

gal: mycelium beiderzijdig, vooral bovenzijdig, grijswit. Appressoria gelobd tot meervoudig gelobd, meestal gepaard. Conidia solitair gevormd, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor aan de basis gebogen. Cleistothecia 60-110 µm, met 3-6 asci die 2(-4) sporen bevatten. Aanhangsels 7-20, equatoriaal, 1-1.5 x de diameter; ze zijn stijf, vrijwel recht, hyalien, ongesepteerd. Uiteinde duidelijk verdikt, ca 2 x spiraalvormig ingerold.

gall: mycelium amphigenous, mainly epiphyllous, greyish white. Appressoria lobed to multilobled, mostly paired. Conidia formed solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot cell of conidiophore curved at the base. Cleistothecia 60-110 µm, with 3-6 asci, containing 2(-4) spores. Appendages 7-20, equatorial, 1-1.5 x the diameter; they are stiff, almost straight, aseptate; apex clearly thickened, ± 2 x spirally wound.

waardplanten: Ulmaceae, monofaag

hostplants: Ulmaceae, monophagous

Ulmus glabra, laevis, minor.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

20/12/2015