Erysiphe limonii Junell, 1967

Fungi, Erysiphaceae

op Acantholimon, Goniolimon, Limonium

on Acantholimon, Goniolimon, Limonium

gal: mycelium beiderzijdig, dicht, wit, blijvend. Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, al dan niet gepaard. Conidia solitair, zonder fibrosine-lichaampjes, elliptisch. Cleistothecia in groepen, met 3-8 asci, die 3-6 sporen bevatten. Aanhangsels in variabel aantal, sub-equatorial, korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, meestal onvertakt, gesepteerd, al dan niet bruin.

gall: mycelium amphigous, dense, white, persistent. Appressoria lobed or multilobed, either solitary or paired. Conidia solitary, without fibrosin bodies, elliptic. Cleistothecia gregarious, with 3-8 asci, containing 3-6 spores. Appendages in variable numbers, sub-equatorial, shorter than the diameter; they are mycelioid, mostly simple, septate, hyaline or brown.

waardplanten: Plumbaginaceae, oligofaag

hostplants: Plumbaginaceae, oligophagous

Acantholimon avenaceum; Goniolimon speciosum, tataricum; Limonium angustifolium, bellidifolium, bungei, gmelinii, gummiferum, meyerei, pectinatum, platyphyllum, ramosissimum, sareptanum, sinuatum, tomentellum, virgatum, vulgare.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

11/12/2016