Erysiphe lythri Junell, 1967

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Lythrum

on Lythrum

gal: mycelium, beiderzijdig, ook op de stengels, veelal blijvend. Appressoria gelobd, al dan niet gepaard. Conidia solitair gevormd, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 4-8 asci, die 3-4 sporen bevatten. Aanhangels 10-20, sub-equatoriaal, 0.5-1.5 x de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, overwegend onvertakt, ± bruin in het onderste deel.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems, mostly persistent. Appressoria lobed, solitary or paired. Conidia formed solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 4-8 asci, that contain 3-4 spores. Appendage 10-20, sub-equatorial, 0.5-1.5 x the diameter; they are mycelioid, septate, mostly unbranched, ± brown in the lower part.

waardplanten: Lythraceae, monofaag

hostplants: Lythraceae, monophagous

Lythrum salicaria, virgatum.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (1995a), Kruse (2014a), Scholler & Schubert (1993a).

18/06/2016