Erysiphe magnusii (Blumer) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Lonicera

on Lonicera

gal: mycelium, beiderzijdig, dun, verspreid. Conidia zeer weinig gevormd; solitair, kort-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 2-6 asci, die 4-5 sporen bevatten. Aanhangels 5-15, equatoriaal, 2-10 x de diameter; ze zijn lang en slap, hooguit aan de basis bruin, hebben 0-2 septen; top 2-5 x slordig-dichotoom vertakt waarbij de eerste takken relatief lang zijn; de uiteinden zijn teruggekromd.

gall: mycelium amphigenous, thin, effuse. Conidia only rarely forned; solitary, short-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 2-6 asci, that contain 4-5 spores. Appendage 5-15, equatorial, 2-10 x the diameter; they are long and flaccid, hyaline or brown at the base only, 0-2 septate. Apices 2-5 times irregularly-dichotomously forked while the first branches are relatively long; the very tips recurved.

waardplanten: Caprifoliaceae, monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, monophagous

Lonicera alpigena, caerulea & subsp. pallasii, nigra, xylosteum.

Vermeldingen van Rhamnus hebben waarschijnlijk betrekking op Erysiphe friesei.

References to Rhamnus probably concern Erysiphe friesei.

synoniemen: Microsphaera magnusii Blumer, 1933.

synonyms: Microsphaera magnusii Blumer, 1933.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Klenke & Scholler (1995a).

19/04/2017