Erysiphe mayorii var. cicerbitae Braun, 1984

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Lactuca

on Lactuca

gal: mycelium, beiderzijdig, ook op de stengels, veelal dun en kleurloos, bestaande uit lange, nauwelijks vertakte hyphen. Appressoria gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 6-30 asci, die 5-6 sporen bevatten. Aanhangels talrijk, sub-equatoriaal, de meeste korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, weinig, onregelmatig, vertakt, uiteindelijk bruin.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems, mostly thin and colourless, consisting of long, hardly branching hyphae. Appressoria lobed, single or paired. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 6-30 asci, that contain 5-6 spores. Appendages numerous, sub-equatorial, mostly shorter than the diameter; they are mycelioid, septate, little and irregularly branched, eventually brown.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Lactuca alpina, ? macrophylla, plumieri.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Dietrich (2016b), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (1995a), Mayor (1967a), PiÄ…tek (2004a).

06/12/2016