Erysiphe mayorii var. mayorii Blumer, 1933

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Cirsium

on Cirsium

gal: mycelium, beiderzijdig, ook op de stengels, veelal dun en kleurloos, bestaande uit lange, nauwelijks vertakte hyphen. Appressoria gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 6-30 asci, die 6-8 sporen bevatten. Aanhangels talrijk, sub-equatoriaal, de meeste korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, weinig, onregelmatig, vertakt, uiteindelijk bruin.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems, mostly thin and colourless, consisting of long, hardly branching hyphae. Appressoria lobed, single or paired. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 6-30 asci, that contain 6-8 spores. Appendages numerous, sub-equatorial, mostly shorter than the diameter; they are mycelioid, septate, little and irregularly branched, eventually brown.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Cirsium arvense, erisithales, helenioides, heterophyllum, oleraceum, palustre, rivulare, vulgare.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Czerniawska (2001a), Klenke & Scholler (1995a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a).

19/04/2017