Erysiphe ornata (Braun) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Betula

on Betula

Betula pendula, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe ornata on Betula pendula

Betula pendula, Belgium, prov. Antwerp, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

appressorium

Erysiphe ornata: appressorium

appressoriun

cleistothecium met aanhangsels

Erysiphe ornata: cleistothecium and appendages

cleistothecium with appendages

onrijpe asci

Erysiphe ornata: immature asci

immature asci

Betula pendula, België, prov. Antwerpen, Mol, Buitengoor-Meergoor © Carina Van Steenwinkel: links aantasting door Erysiphe ornata, rechts door Phyllactinia betulae

Erysiphe ornata and Phyllactinia betulae on Betula pendula

Betula pendula, Belgium, prov. Antwerp, Mol, Buitengoor-Meergoor © Carina Van Steenwinkel: at left infection by Erysiphe ornata, at right by Phyllactinia betulae

zelfde bladeren, onderzijde

Erysiphe ornata and Phyllactinia betulae on Betula pendula

same leaves, underside

de Phyllactinia-cleistothecia zijn veel groter. Anders dan bij Erysiphe is het mycelium van Phyllactinia gedeeltelijk inwendig. Daardoor worden ook dieper cellagen gedood; het blad wordt hierdoor plaatselijk verbleekt.

Erysiphe ornata and Phyllactinia betulae on Betula pendula

the Phyllactinia cleistothecia are much larger. Contrary to Erisphe, the mycelium of Phylactinia is partly internal, killing deeper cell layers, wich locally results in a pale colour of the leaf.

gal: mycelium verdwijnend, beiderzijdig. Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, meestal enkel. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-6 asci, die 3-8 sporen bevatten. Aanhangels 4-10, equatoriaal, 0.5-1 x de diameter; ze zijn ze zijn stijf, meestal ruw, aan de basis bruin, aan het uiteinde 4-6 x kort achtereen dichotoom vertakt; één of geen sept.

gall: mycelium evanescent, amphigenous. Appressoria lobed or multilobed, mostly single. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-6 asci, that contain 6-8 spores. Appendages 4-10, equatorial, 0.5-1 x the diameter; they are stiff, mostly rough, brown near the base, at the tip 4-6 x times in quick succession dichotomously branched; no, or just one, sept.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula humilis, nana, pendula, pubescens.

synoniemen: Microsphaera betulae Magnus, 1898; M. ornata Braun, 1982.

synonyms: Microsphaera betulae Magnus, 1898; M. ornata Braun, 1982.

opmerkingen: In Europa de variëteit europaea (Braun) Braun & Takamatsu, 2000. De typische vorm heeft meer aanhangsels (6-22) die ook langer zijn (1-1.5 x de diameter van het cleistothecium). Deze laatste vorm is in de Ukraine waargenomen.

notes: In Europe the variety europaea (Braun) Braun & Takamatsu, 2000. The typical form has a higher number of appendages (6-22) that moreover are longer (1-1.5 x the diameter of the cleistothecium). This form has been found in the Ukraine.

literatuur:

references:

Adamska (2005a), Brandenburger (1985a: 53), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Czerniawska, Madej, Adamska ao (2000a), Dietrich (2016b), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (1995a), Kruse (2014a), Talgø, Sundheim, Gjærum ao (2010a).

19/04/2017