Erysiphe platani (Howe) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Platanus

on Platanus

Platanus hispanica, Dronten © Arnold Grosscurt: een normaal blad, en twee ernstig aangetaste bladeren

Erysiphe platani on Platanus hispanica

Platanus hispanica, Dronten © Arnold Grosscurt: a normal leaf, and two severely infested ones

Platanus hispanica, België, Luik; © Jean-Yves Baugnée, det. Arthur Vanderweyen

Erysiphe platani on Platanus hispanica

Platanus hispanica, Belgium, Liège; © Jean-Yves Baugnée, det. Arthur Vanderweyen

onderzijde

Erysiphe platani on Platanus hispanica

onderzijde

gal: mycelium, beiderzijdig, dicht, wit, vaak blijvend en misvormingen veroorzakend. Appressoria gelobd, solitair of gepaard, soms éen per cel, soms 2-6 bijeen. Conidia solitair, kort-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor onderaan meestal min of meer bochtig. Cleistothecia met 3-6 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 6-18, equatoriaal, 1-2 x de diameter; ze zijn ± recht, aan de basis bruin, onvertakt, met 0-1 septum; aan de top 4-5 maal dichotoom vertakt.

gall: mycelium amphigenous, dense, white, often persistent and causing malformations. Appressoria lobed, solitary or paired, sometimes one per cell, sometimes in groups of 2-6. Conidia solitary, short-elliptic, without fibrosin bodies. Foot cell of conidiophore basally generally ± flexuous. Cleistothecia with 3-6 asci, that contain 3-5 spores. Appendages 6-18, equatorial, 1-2 x the diameter; they are ± straight, brown at the base, 0-1 septate, unbranched; apices 3-5 times regularly forked.

waardplanten: Platanaceae, monofaag

hostplants: Platanaceae, monophagous

Platanus acerifolia, hispanica, occidentalis, orientalis, racemosa.

In Zwitserland waargenomen op Ailanthus altssima (Simaroubiaceae) (Beenken & Senn-Irlet).

Observed in Switzerland on Ailanthus altssima (Simaroubiaceae) (Beenken & Senn-Irlet).

synoniemen: Microsphaera platani Howe, 1874.

synonyms: Microsphaera platani Howe, 1874.

opmerkingen: Noordamerikaanse soort die waarschijnlijk in het begin van de zestiger jaren in Zuid-Europa is geïntrodeerd, en die nu bezig is aan een snelle expansie in Europa (Scholler ea, 2012a).

Heluta e.a.vonden dat de aanhangels van het cleistothecium aanzienlijk langer waren, tot driemaal de diameter.

notes: North American species that probably at the beginning of the 1960s has been introduced into southern Europe, and now is expanding rapidly over Europe (Scholler ao, 2012a).

Heluta a.o. found the cleistotheccial appendages much longer, up to three times the diameter.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Brandenburger (1985a), Braun (1997a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Heluta, Korytnianska & Akata (2013a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Negrean & Anastasiu (2006a), Scholler, Hemm & Lutz (2012a).

19/04/2017