Erysiphe pseudoacaciae (Marchenko) Braun & Takamitsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Colutea, Robinia

on Colutea, Robinia

Robinia pseudoacacia, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe pseudoacaciae on Robinia pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, Belgium, prov. Antwerp, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

bij zware aantasting klitten de lange slappe aanhangsels aaneen en vormen een viltige massa

Erysiphe pseudoacaciae on Robinia pseudoacacia

upon heavy infestation the long flaccid appandages stick together and form a felt-like mass

cleistothecium

Erysiphe pseudoacaciae on Robinia pseudoacacia: cleistothecium

cleistothecium

asci

Erysiphe pseudoacaciae on Robinia pseudoacacia: asci

asci

uiteinde van de aanhangsels

Erysiphe pseudoacaciae on Robinia pseudoacacia: tip of appendages

tip of the appendages

gal: mycelium beiderzijdig. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-6 asci, die 4-5 sporen bevatten. Aanhangsels 5-10, ingeplant op de equator, gewoonlijk 4-12 x de diameter; ze hebben 0-1 septen, zijn slap, hooguit aan de basis bruin; de toppen zijn meestal enige malen achtereen onregelmatig vertakt maar niet afgeplat.

gall: mycelium amphigenous. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-6 asci, containing 4-5 spores. Appendages 5-10, inserted on the equator, generally 4-12 x the diameter; they are 0-1 septate, flaccid, brown at most at base; the tips are mostly several times irregularly branched, not flattened.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Colutea arborescens; Robinia pseudoacacia.

synoniemen: Microsphaera pseudoacaciae (Marchenko) Braun, 1981.

synonyms: Microsphaera pseudoacaciae (Marchenko) Braun, 1981.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a), Negrean & Anastasiu (2006a).

11/12/2016