Erysiphe pulchra (Cooke & Peck) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Cornus

on Cornus

opmerkingen: mycelium beiderzijdig, vaak ook op de takken, stevig, vaak blijvend. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-13 asci, die 4-8 sporen bevatten. Meestal 10-20 aanhangsels, aangehecht op de equator. Ze zijn 1-2 x zo lang als de diameter, stijf, hyalien, zonder of met één sept, min of meer recht; bij het uiteinde zijn ze verbreed doordat ze daar enige malen achtereen dichotoom vertakt zijn; de uiteinden zijn haakvormig.

notes: mycelium amphigenous, often also on the shoots, dense, often persistent. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-13 asci that contain 4-8 spores. Generally 10-20 appendages, attached to the equator. They are 1-2 x as long as the diameter, stiff, hyaline, without or with one sept, more or less straight; at the tip they are suddenly broadened because they are bifurcating there several times in quick succession; the apices are crook-shaped.

waardplanten: Cornaceae, monofaag

hostplants: Cornaceae, monophagous

Cornus alba, florida, kousa, nuttallii, sericea.

literatuur

references

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2102a), Klenke & Scholler (2015a).

11/12/2016