Erysiphe quercicola Takamatsu & Braun, 2007

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Quercus

on Quercus

opmerkingen: mycelium beiderzijdig, blijvend, vaak een bruine verkleuring van het blad veroorzakend. Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, ton-vormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia hoofdzakelijk bovenzijdig, met 6-15 asci, die 6-8 sporen bevatten. Meestal 5-30 aanhangsels, aangehecht op de equator. Ze zijn tot niet langer dan de diameter, stijf, hyalien, septaat, min of meer recht; bij het uiteinde zijn ze verbreed doordat ze enige malen achtereen dichotoom vertakt zijn.

notes: mycelium amphigenous, persistent, often causing a brown discolouration of the leaf. Appressoria lobed or multilobed, solitary or paired. Conidia solitary, barrel-shaped, without fibrosin bodies. Cleistothecia mainly epiphyllous, with 6-15 asci that contain 6-8 spores. Generally 5-30 appendages, attached to the equator. They are not longer than the diameter, stiff, hyaline, septate, more or less straight; at the tip they are suddenly broadened because they are bifurcated several times in quick succession.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus robur.

literatuur

references

Braun & Cook (2102a), Klenke & Scholler (2015a).

09/12/2015