Erysiphe robiniae Gréville, 1824

Fungi, Erysiphaceae

op Caragana, Robinia

on Caragana, Robinia

gal: mycelium, beiderzijdig, bijna permanent. Appressoria gelobd, solitair of gepaard. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 2-9 asci, die 3-5 sporen bevatten. Aanhangels 6-25, equatoriaal en daaronder, 2-8 x de diameter; ze hebben 1-6 sept, zijn vrij stijf, hooguit lichtbruin, vaak wrattig; en aan de top vaak onvertakt, soms een of meer malen onrelmatig vertakt.

gall: mycelium amphigenous, almost persistent. Appressoria lobed, single or paired. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 2-9 asci, that contain 3-5 spores. Appendages 6-25, equatorial and sub-equatorial, 2-8 x the diameter; they have 1-6 septs, are rather stiff, hyaline or light brown, often verruculose; the tips often simple, sometimes one or more times irregularly branched.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Caragana arborescens; Robinia ? hispida, pseudoacacia, viscosa.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

09/11/2015