Erysiphe scholzii Braun & Bolay, 2005

Fungi, Erysiphaceae

op Incarvillea

on Incarvillea

gal: mycelium dicht, beiderzijdig, ook op de stengels, vormt witte plekken Appressoria gelobd of meervoudig gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, verlengd-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia onder en bovenzijdig, zelfs op de stengels, met 3-6 asci die 3-5 sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, 0.3-3 x zo lang als de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, ± onvertakt, basaal ± bruin.

gall: mycelium dense, amphigenous, also on the stems, forming white spots. Appressoria lobed or multilobed, single or in pairs. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia amphigenous, even on the stems containing 3-6 asci with 3-5 spores. Appendages numerous, sub-equatorial, 0.3-3 x as long as the diameter; they are attached below the equator, myceloid, septate, ± simple, basally brown.

waardplanten: Bignoniaceae, monofaag

hostplants: Bignoniaceae, monophagous

Incarvillea olgae.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

11/12/2016